|
Texas Blues in
Limburgse Muziekodroom
|
Donderdag 21
oktober 2010 |
Eigenlijk
hadden op donderdag 21 oktober The Moeller Brothers op het podium van
het Muziekodroom in het Belgische Hasselt moeten staan. Omdat er
een kink in de kabel is gekomen heeft de stichting Move2Blues gekozen voor de uit Amerika afkomstige
singer/songwriter én gitarist
Shawn Pittman. Hij wordt tijdens deze korte toer bijgestaan door de
fenomenale muzikanten: Kai Strauss op gitaar; Erkan Özdemir op de bas en
Boyd Small op de drums alle drie leden van de band van Memo Gonzales.
Voorwaar geen kleine jongens die hun mannetje wel weten te staan. Twee
sets staan er op het programma waarvan de eerste iets later begint
dat gepland. Dit omdat de bandleden wat later arriveren in het
Muziekodroom.
De
eerste set is niet slecht maar je merkt wel dat men nog zoekende is naar
de juiste combinatie. Dat is ook niet zo vreemd als je bedenkt dat ze samen
maar enkele uurtjes hebben gerepeteerd. De juiste klik wordt echter snel
gevonden wat uitmondt in een haast sublieme tweede set.
Shawn Pittman is een uitermate goede gitarist met een fantastische
zangstem, toch laat het regelmatig het initiatief over aan Kai Strauss of Boyd Small. Zo zingt Boyd Small enkele van
zijn bekende
nummers zoals: ‘Lemon Squeezer’ en ‘Cherry Red’. Een flinke dosis
gitaarspel krijgen we met de regelmaat van de klok voorgeschoteld. Zijn
het niet de intense solopartijen van Shawn dan zijn het die Kai Strauss
waarvan het publiek geniet. Beide gitaristen doen niets onder voor
elkaar al hoewel Shawn Pittman wél de gitarist is waar het om draait. Dus
is het ook niet zo verwonderlijk dat Kai iets meer op de achtergrond
acteert.
Dan
Robey’s nummer ‘I Smell Trouble’ in de uitvoering zoals Shawn dit speelt
mag er eigenlijk wel wezen dat geldt ook voor Little Walters’ ‘Ah’w
Baby’, waarbij Boyd de zang voor zijn rekening neemt, ook Albert
King’s ‘Hard Fisted Man’ geldt dat. Vlak daarbij niet Shawns’ eigen werk uit zoals
hij laat horen met zijn eigen composities: ‘Dallas City Police’ en ‘Be My
Queen’.
In vergelijking met de eerste
set steekt de tweede set er met kop en schouders boven uit.
Hieraan
kun je afmeten hoe de kwaliteiten van deze muzikanten zijn. In ruim drie
kwartier tijd is het haast een gesmede eenheid geworden. Ze voelen
elkaar aan en het lijkt wel of het van een leien dak gaat. Maar niets is
minder waar natuurlijk, zo hier en daar horen we toch enkele minuscule
foutjes, iets wat een live optreden juist zo spannend maakt.
Het is voor menigeen misschien jammer dat de Moeller Brothers er niet
staan maar deze gelegenheidsformatie vangt dit gemis buitengewoon goed op. En eigenlijk
denkt het publiek net zo want bij de laatste toon van het optreden wordt
gelijk ingezet met het roepen naar een toegift. Shawn is echt goed op
dreef en beantwoordt dit met twee voortreffelijke songs: ‘Don’t Dog Me
Around’ en als echte afsluiter ‘Maintain’ kort door de bocht vertaald
als ‘handhaven’. En daarmee sla je de spijker op zijn kop. De band heeft
meer gedaan dan zich te handhaven en zijn door de organisatie terecht
als vervangers gecontracteerd.
|