Eindelijk…. Eindelijk ligt ie dan op de mat, het tweede
album van de Britse band Hokie Joint. Het album bevat
tien nummers en heeft als titel meegekregen: “The Music
Starts To Play”. Bijna drie jaar heeft de band erover
gedaan om met dit nieuwe album op de proppen te komen.
Tussentijds hebben we op de grote bluesfestivals wel
kunnen genieten van hun markante live-optredens.
Ook nu worden we weer verrast met blues bezien van een
ander gezichtspunt, dat wil zeggen de basis is blues
maar hier en daar wordt toch van het pad afgeweken.
Resultaat is dat we interessante nummers te horen
krijgen. Van opzwepende en energieke nummers tot rustige
tegen ballads aanleunende songs.
De titeltrack waarmee het album geopend wordt duidt al
direct op de richting waar we het moeten gaan zoeken.
“The Music Starts To Play” is een gezellig nummer dat
mij doet denken aan een fantasierijke kermis zoals je
zou kunnen tegenkomen in films van Tim Burton. Spannend,
mysterieus maar wel treffend.
‘Force Of Habit’ is een nummer dat je in een top 40 zou
kunnen tegenkomen. Natuurlijk is de basis de blues maar
wel met een pop inslag. Ten opzichte van menig ander
nummer op het album een fris klinkend en vrolijk nummer.
Tekstueel misschien niet maar muzikaal zeker wel. Hier
geniet ik van de fikse uithalen van Giles King op zijn
harp.
Smerige blues speelt de band uiteraard ook je moet maar
eens luisteren naar: ‘This Body Of Mine’ met daarbij de
slepende harp van Giles King en de zang van de
charismatische Jojo Burgess. Dit is blues uit de oude
doos in een nieuw jasje.
Het wordt nog iets vuiler bij het nummer: ‘Aeroplane’
met daarbij de bluesy harptonen, de treinachtige
drumpartijen maar vooral ook door de kenmerkende
zangstijl en het ritmische en perfect getimede
gitaarspel.
Echt mysterieus wordt het pas als je het nummer: ‘Birds
In The Rafters’ draait en dan met name de intro. Het is
een nummer met op en neergaande ritmes dat het zo
spannend en mysterieus maakt. Daarbij wordt dat nog eens
extra versterkt door het melancholieke gitaarspel van
Joel Fisk.
Met een heel rustig begin dat niets doet vermoeden start
‘Jackie Boy’ om daarna te ontspinnen tot een nummer met
weer die treinachtige drum en harppartijen. Net iets te
snel om zich een ballad te mogen noemen, maar gaat wel
duidelijk die richting in. Het is een bijzonder
intrigerende song.
‘Watch What We Eat’ is wel een toepasselijke tekst op
wat nu om ons heen gebeurt met de EHEC bacterie. Een
vooruitziende blik? Niet direct, maar het zet je wel aan
het denken over wat we allemaal voorgeschoteld krijgen
in deze consumptiemaatschappij.
‘Bang Bang’ het afsluitende nummer is een lekkere
slowblues waarbij de slide en de harp een hoofdrol
vertolken. Ondersteund met de klagende en rauwe stem van
Jojo garandeert dit dat het nummer wel blijft hangen.
Het tweede album getuigt van een grote klasse van de
band. Blues in een notendop aangevuld met uitspattingen
naar links en rechts van de blues. Tien eigen werkjes
die er niet om liegen en met lef worden gespeeld en een
grote variatie vertonen, zonder enige schroom
complementeren zij de blues met stijlen die soms
richtingen opgaan als pop, jazz en roots.
Meer informatie over de band?
www.hokiejoint.co.uk