|
De Tamboer roert zijn blues trom
Zaterdag 3 december 2011
Hoogeveen
mag je bijna als de blues hoofdstad van Drenthe beschouwen. Zaterdag
3 december heeft men de zevende editie van het Bluesfestival in De
Tamboer gehouden. Op zes podia staan elf binnen- en buitenlandse
bands en muzikanten geprogrammeerd. En als recensent in de blues is
het een zware klus om alles bij te houden dus probeer je een
selectie te maken van de bands die je iets meer aandacht wilt geven.
En dat laatste hebben bijna 1300 bezoekers gedacht, ieder optreden
trekt een aantal bezoekers, netjes verdeeld over alle zalen.
Uiteraard trekken de toppers de meeste bezoekers naar zich toe.
Ik zelf heb de optredens van Buddy Whittington, King King, Dede
Priest, Jon Amor en Ronnie Baker Brooks aangekruist om te bezoeken.
En diegene die mij kent weet dat me dat niet lukt, ik wil alles
zoveel mogelijk zien en van zoveel mogelijk artiesten foto’s maken.
Maar goed, Buddy Whittington, de gitarist die groot geworden is bij
John Mayall &The Bluesbreakers, toert in het kader van zijn pas
verschenen album “Six String Svengali” door Europa. Het eerste wat
mij bij zijn optreden opvalt is dat dit gewoon veel beter klinkt dan
wat hij op zijn album heeft gezet. Hier kan hij zijn ware aard tonen
en laten horen. Het moet gezegd zijn, het is een bijzonder fraaie
gitarist die de kneepjes van zijn vak tot in de vingertopjes
beheerst.
De
huisband Greyhound Blues Band, de band die ieder jaar op het podium
in de parkfoyer staat, heeft nu ook weer drie interessante
Amerikanen uitgenodigd om samen met de band te spelen. Helaas hebben
enkele artiesten ook afgezegd zodat er in allerijl artiesten
benaderd zijn om hier te komen spelen.
Het valt me op dat het er allemaal eigenlijk wel gelaten aan toe
gaat. Greyhound Blues Band heeft Jay Bailey; Steve Wilkinson en
Julius E. Green uitgenodigd om mee te spelen. Ieder op hun beurt
uiteraard. En hun stijlen variëren van stevige Texasblues tot en met
de soul van Julius E. Green toe. Het leuke van deze laatste artiest,
ooit voortgekomen uit de Stax stal, is dat hij enkele woordjes
Nederlands kent. Tijdens zijn nummer ‘Stand By Me’ mixed hij dit met
‘Een Beetje Verliefd’ het welbekende nummer van André Hazes. Dit tot
grote hilariteit van het talrijke aanwezige publiek.
Ondanks dat ik alle optredens heb bezocht lukt het me niet om van
iedere band een indruk te krijgen maar bij King King en Ronnie Baker
Brooks krijg ik toch wel kippenvel momenten te verwerken. Het
stevige werk van King King met frontman Alan Nimmo wordt regelmatig
afgewisseld met slowblues of misschien liever rockballads. Zij
krijgen de Passagezaal regelmatig muisstil bij hun spel. Zeker als
Alan heel zachtjes zijn gitaar bespeelt en zachtjes meezingt hoor je
een speld vallen. Totdat er een onverlaat een telefoontje krijgt en
de stilte wordt verbroken. Zelfs Alan moet er mee lachen en vat het
heel sportief op door daarna weer heel intens verder te spelen.
De klapper voor mij is Ronnie Baker Brooks, de zoon van Lonnie
Brooks hij is ondanks zijn nog vrij jonge leeftijd een blues
instituut. Hij speelt met passie en vooral puur. Zijn mix van
bluesrock met funk, soul en hip-hop spreken wel aan. Misschien wel
het drukst bezochte optreden van het festival. Zijn gitaarspel in
combinatie met zijn zang zijn live uitstekend te noemen. En zijn
uitvoering van
Willie
Dixons ‘I Just Want to Make Love with You’ en ‘Born in Chicago’ van
Nick Gravenites zijn zo maar twee voorbeelden die hij subliem
interpreteert. Uiteraard krijgt zijn eigen werk ook de nodige
aandacht. Ik heb ook met genoegen gekeken naar de bassist van de
band. Hoe streng hij kijkt tijdens zijn spel maar daarnaast ook nog
soepeltjes mee swingt op zijn klanken is toch wel grappig om te
zien.
Men heeft zelfs nog aan de rokers gedacht, zij krijgen een eigen
podium in de Notenkraker zaal. Daar speelt voor hen de hele avond
Side Event. Een dampend hok vol met rokers die geamuseerd worden met
lekker lopende blues. Zij hoeven hier hun sigaretje of sigaartje
niet in de kou te roken.
Dede Priest is voor mij de vrouwelijke ster van de avond. Haar
zangkwaliteiten worden al geruime tijd geroemd maar ook haar band is
top. Zij hebben geen enkele moeite om een optreden naar een
hoogtepunt te brengen en dat bewijzen ze ook nu weer. Mooie
gevoelige blues en soul met een vleugje gospel en R&B zorgen voor de
nodige variatie in de Passagezaal. Een wat ik noem de pluchezaal
omdat je daar lekker gemoedelijk op een pluche theaterstoel kunt
genieten.
Voor
degene die van stevige blues en bluesrock houden worden op hun
wenken bediend in de Parkfoyer. Daar staan geprogrammeerd: Jon Amor
Blues Band en daarna Oli Brown. Twee gitaristen die hun gitaren
kunnen laten gillen en gewend zijn stevige gitaarsoli te spelen.
Mijn voorkeur gaat daarbij toch meer uit naar Jon Amor met zijn
mannen. Hij heeft toch iets meer in zijn mars dan de nog vrij jonge
Oli Brown. Jon Amor heeft meer blues in zich en hij weet dat ook
verdomd fraai te etaleren. Zijn optredens zijn eigenlijk wel
spannend te noemen, zelden hetzelfde.
Je kunt tussendoor ook binnen wippen in het Theatercafé waar Black
Cat Bone zijn beste beentje voorzet. Dat doen zij in drie setjes van
ruim een uur ieder. Die met een prima setlist een mooie avond
volspeelt en daarmee toch heel wat publiek naar zich toe trekt. Mij
lukt het pas in de derde set om enkele foto’s te schieten.
Na ruim vier uurtjes tussen de zes zalen te hebben gewandeld met
mijn zware fototas en daar alle bands heb gezien en kort horen
spelen heb ik erg genoten. Een mooie line-up en een goede
organisatie waarbij duidelijk rekening is gehouden met de bezoeker.
Zowel wat de muziek aan gaat als ook aan de innerlijke mens. Chapeau
voor de organisatie om dit alles op rolletjes te laten verlopen.
|