Stevige line-up op Bluezy Bluesfestival in
Ridderkerk
Zaterdag 2 april
2011
Nico
Bravenboer heeft het dik voor mekaar gezien de 8e editie van
zijn Bluezy Bluesfestival. Een prima locatie met goede
parkeergelegenheid, sporthal De Fakkel in Ridderkerk, goede
verzorging van de innerlijke mens in drank en spijs, een
interessante entreeprijs maar bovenal een prima line-up.
Weliswaar een nogal stevige line-up maar wel ontzettend goed
geprogrammeerd. En voor mij als fotograaf en recensent is het
minder lopen om mijn werk te doen.
Black Top, het Nederlandse trio dat de laatste
tijd nogal furore maakt op de Nederlandse podia, haalt als
openingsband stevig uit met goed gedoseerde bluesrock. Puntige
licks van Mick Hup, strakke drumpartijen van Theo Thumper en
goed in lijn liggend basgepluk van Anne-Maarten van Heuvelen
laten je meegenieten van voornamelijk eigen werk afgewisseld met
covers. Zo nu en dan heeft het wat weg van de ‘oude’ ZZ-Top, wel
wat ver weg, maar toch. Het nieuwe werk klinkt strak en
interessant. Songs als ‘Never Been’ of ‘Good Ones’ spreken
boekdelen en laten niets aan de verbeelding over. Een prima
optreden van het trio zorgt voor een goede start van het
festival en een gedegen opwarming van het publiek.
Het is daarna 180 graden draaien en ik kijk naar het andere
podium dat aan de andere kant van de sportzaal staat. Hierop
heeft inmiddels plaatsgenomen Guy Verlinde van Lightnin’ Guy and
The Mighty Gators. Hij speelt enkele nummers solo waarvan de
kraker ‘Bring It Home To Me’ van Same Cooke en een akoestische
versie van Jimi Hendrix ‘Voodoo Chile’ zeer tot de verbeelding
spreken. Daarna stapt de volledige formatie The Mighty Gators op
het podium. Samen met Lightnin’ Guy spelen ze vooral eigen werk
van hun recente album. Een nummer wat mij daarbij opvalt, is het
eigen nummer ‘If You Walk With The Devil’ een fantastisch mooi
nummer. Naar mijn idee is de Belgische formatie een rasechte
‘live-band’ die ongeacht waar ze staan of voor hoeveel mensen ze
spelen voor de volle 100% gaat. De band speelt een prima
optreden met een impact die bij iedereen wel blijft hangen.
In
principe is het weer 180 graden draaien om Bas Paardekooper en
The Blew Crew te aanschouwen. Voor mij geldt dat in principe ook
maar omdat ik toch wel redelijk goede foto’s voor mijn site wil
hebben is het even dringen om in de buurt van het podium te
komen. Maar dat lukt aardig tussen die vriendelijke
bluesliefhebbers. Stevige bluesrock van eigen hand heeft hun
voorkeur, wel alles in lijn met grootheden als Jimi Hendrix,
Walter Trout en SRV. Bas Paardekooper is een prima gitarist die
de bluesrock tot in de puntjes van zijn vingers beheerst.
Gedreven als hij is het voor hem geen probleem om de bezoekers
op zijn hand te krijgen. Maar ondanks dat ze het liefst eigen
werk spelen schromen ze er niet voor om een ijzersterke
uitvoering van ‘Going Down’ te spelen.
Het is prachtig om te zien hoe Bas in zijn gitaarspel opgaat,
hij lijkt zich helemaal af te sluiten van de buitenwereld om
heel geconcentreerd het allerbeste uit zich te halen. Nogmaals
een pracht om te zien maar ook om te horen. Vooral ook door het
toetsenwerk van Wouter Hoek dat een rijke aanvulling is. De
setlist is prima opgebouwd met een afwisseling van stevig
uptempo werk en gevoelige ballads.
Na
het optreden van Bas Paardekooper volgt op het andere podium het
optreden van Oberg. De welbekende Nederlandse formatie met
daarin de legendarische gitarist Ted Oberg, ooit grondlegger van
Livin’ Blues. Samen met zangeres Lianne Hoogeveen; bassist Nico
Heiligers; gitarist Mick Hup (zie ook Black Top) en drummer Paul
Damen houdt hij de Nederlandse blues traditie glansrijk in ere.
Misschien heeft de tijd wel enige sleet op hem gehad. Maar toch…
zijn optreden staat wel als een huis. Kwaliteit verloochent zich
ook na jaren niet. Zijn setlist bestaat, hoe kan het ook anders,
uit nieuw werk en werk uit vervlogen tijden. Daarbij ontbreekt
natuurlijk niet: ‘Wang Dang Doodle’ en ‘LB Boogie’ maar ook
zeker niet het fantastische ‘Blues As Blues Can Get’ van zijn
recente album. In dit nummer komt de mooie stem van Lianne goed
tot haar recht net zoals het spel van de overige bandleden. Ted
Oberg bewijst hier duidelijk dat hij zeker nog aan het venster
zit en dat er met hem rekening gehouden moet worden in de blues.
Dan
is het de beurt aan de ‘headliners’ van het Bluezy Blues
Festival 2011. Het programma is een klein beetje over het
tijdschema heen maar alles binnen de perken. Want rond de klok
van negenen staat Ian Siegal met zijn band te popelen om te
kunnen beginnen.
Het is altijd een waar genot om deze bluesmuzikant aan het werk
te zien. Ondanks zijn gesteldheid, de situatie, de locatie etc…
hij speelt altijd en altijd voor de volle 100%. De vraag is dan
altijd hoeveel langer hij speelt als waarvoor hij is
gecontracteerd. Want als Ian er zin in heeft gaat hij gestaag
door.
Dat hij een zwak heeft voor de Mississippi blues mag stilaan wel
bekend zijn. In ieder optreden komt met regelmaat van de klok
traditioneel werk voorbij of covers van onder andere Warren
Zevon zoals het nummer ‘Carmelita’.
Hij besteedt ook aandacht aan zijn nog te verschijnen album en
speelt daarvan de titeltrack ‘The Skinny’. Dat gehoord te hebben
zit ik al vol spanning te wachten op deze release, want dat
belooft heel wat. Uit zijn repertoire van zes albums heeft hij
zijn optreden opgebouwd met een goede afwisseling van coverwerk.
Een bijzonder fraai optreden dat zeker als top beschouwd kan
worden en dat vinden er blijkbaar meer in ‘De Fakkel’.
Aan
de andere kant begint Johnny Mastro and Mama’s Boys aan het
afsluitende optreden van dit festival. Voor deze band geldt
eigenlijk exact hetzelfde als bij Ian Siegal. Volle bak er
tegenaan met stevige blues en volvette harppartijen van Johnny
Mastro.
Ook hij mag je rekenen tot de top van dit festival maar zeker
ook tot de bluestop in de wereld. De band speelt een
voortreffelijke partij eigen werk met daarbij het keisterke
‘Slave’, een van zijn toch wel bekendste songs. Ook het nummer
‘Spider’ van hun recente album is een nummer dat we over tien
jaar nog steeds draaien en hier top wordt uitgevoerd. Soms moet
je denken aan Lester Butler als je Johnny hoort en op het podium
bezig ziet. Wat straalt deze man passie uit en dan de passie
waarmee alle bandleden spelen. Dat zorgt voor een grandioos
optreden. Daar is het echter nog niet mee gedaan. Ian Siegal
laat ook nog iets van zich horen. Samen met Johnny Mastro and
Mama’s Boys speelt hij enkele nummers mee waarbij we nog eens
zijn liefde voor de traditionals te horen krijgen. ‘Mannish Boy’
en ‘I Ain’t Gonna Work On Maggie’s Farm’ krijgen we als toetje
gepresenteerd. Slide daar deinst de band ook niet voor terug
getuige Bob Dylan’s nummer ‘No More’ Auction Block Blues’. Een
prima optreden passend bij een prima festival. Volgend jaar
krijgen we het vervolg, dat is haast zeker.
Met zijn vieren zijn we vanuit Limburg naar
Ridderkerk getogen om dit evenement mee te maken en allemaal
zijn we na afloop eensluidend over het programma… ‘stevig maar
goed’.