|
Hoog rockabilly gehalte op 27e Belgium Rhythm And Blues
Festival in Peer
vrijdag 15 juli tot en
met zondag 17 juli 2011
|
De
27e editie van het Rhythm And Blues Festival in Peer is weer achter
de rug. Het is een interessante editie geworden met een
verscheidenheid aan muziekstijlen waarbij de rockabilly stroming de
boventoon heeft gevoerd. Ondanks dat het weer niet altijd heeft
meegezeten is het publiek in grote getalen van heinde en verre
gekomen om dit jaarlijkse bluesspektakel te bezoeken.
Ondertussen is het wel iedere bezoeker bekend dat de vrijdagavond in
het teken staat van de regionale bands. Dit jaar mogen we deze dag
wel de titel van: ‘B-Day’ meegeven, waarbij de ‘B’ staat van België.
Alle bands die de eerste festivaldag optreden komen uit België en
zelfs uit de nabije omgeving en uit Peer zelf.
Vrijdag 15 juli
Bij Tollos, de band die mag openen, staat het geluid jammer genoeg
niet zo goed afgesteld en dreunt de bas stevig door wat toch wel
storend klinkt. Verder kwijt de band zich voorbeeldig van zijn taak,
iets dat mij niet verbaasd gezien de kwaliteit en de ervaring van de
bandleden. Een sterke uitvoering van Peter Greens ‘Rattlesnake
Shake’ springt er daarbij wel boven uit.
Rusty Roots mag je ondertussen wel omschrijven als een vaste waarde
in de Belgisch-Nederlandse bluesscene. Net hun derde album succesvol
uitgebracht lukt het hen steeds weer om de aandacht op zich te
vestigen. Dat doet de band vooral door het maken van goede muziek
zowel op cd maar zeker ook live op het podium. Daarbij voeren roots
en blues met hier en daar overduidelijke soulinvloeden de boventoon.
En zelfs ska gaat de band niet uit de weg getuige het nummer
‘Something Ain’t Right’ dat de titeltrack is van hun recente album.
Verrassend
is zeker ook de derde band van de avond. De nieuwe band rond Wouter
Celis (The Rhythm Bombs) heet Doghouse Sam & His Magnatones. Met een
traditionele setting bestaande uit: gitaar, staande bas en drums
zorgt de band met eigen nummers en covers voor enkele schitterende
momenten. Dampende bluessongs soms ongepolijst en rauw vullen de
tent en vermaakt het publiek.
Belgian Blues All Stars, een eenmalige combinatie van leden uit de
bands The Electric Kings; The Seatsniffers en El Fish begint erg
sterk en verrassend. Vooral het eerste gedeelte met Marc Thijs, Wuff
Maze en Jan Ieven is verbijsterend sterk. Marc Thijs’ interpretaties
van de bekende nummers ‘Can I Change My Mind’ en ‘I Can’t Stand The
Rain’ zijn top. Na ruim twintig minuten betreden andere bandleden
het podium en vervangen zij Marc Thijs en Jan Ieven waarna het
eigenlijk een beetje in elkaar zakt. Ondanks de goede uitvoeringen
van nummers als ‘Green Onions’ lukt het niet meer om het niveau
tijdens de opening te evenaren. Het oordeel van het publiek achteraf
is hard en de uitkomst is gewoon dat de eerste twintig minuten als
de beste van het hele optreden de boeken in gaat.
Dat neemt niet weg dat de vrijdag een bijzonder gave avond is
geweest. Het toont nog maar eens aan welk talent er bij onze
zuiderburen rondloopt.
Zaterdag 16 juli
Na een verdomd korte nacht voor mij sta ik zaterdagmiddag om twaalf
uur weer met mijn camera voor het podium. Op de tweede dag staan er
‘grote’ headliners geprogrammeerd. Waarvan Ian Siegal and The
Mississippi Mudbloods bij mij de meeste indruk zullen maken. Niet
dat de andere bands minder zijn. Verre van dat zelfs, want The
Paladins en The Black Crows zijn absolute toppers.
Charlie
Cruz & The Lost Souls, de Nederlandse rootsformatie valt de eer te
beurt om de tweede dag te mogen openen. Hun setlist is samengesteld
uit hun repertoire van twee cd’s met daarnaast nog wat aanvullingen.
Hun muziekstijl heeft wat rockabilly in zich maar ook country en
blues een stijl dat het vandaag goed zal gaan doen. Het is nog niet
zo druk als de band de aftrap neemt maar dat veranderd snel. Mooi is
het gastoptreden van Dusty Ciggaar (The Rhythm Chiefs) op
steelgitaar. Hierdoor wordt het country niveau wat mee opgekrikt.
Het is een goede opening van de band dat moet gezegd zijn.
De Belgische formatie Last Call maakt op het festival na tien jaar
zijn comeback. Ze laten in Peer nog maar eens duidelijk horen waarom
ze in België nog steeds tot de top gerekend worden. Hun Texmex song
‘Rosalita’ (Anselma) gaat er bij het publiek in als zoete koek net
zoals ‘She’s Got That Cadillac Walk’. De nummers worden nog steeds
herkend door een overgroot deel van het publiek. Vreemd is het zeker
dan ook niet dat ze met ‘Last Call Baby’ als toegift mogen
afsluiten.
De
naam JD Mc Pherson zweeft al enige tijd rond in het blues- en
rockabillycircuit. Zeker na het bijzonder sterke debuut album “Signs
& Signifiers”. De verwachtingen zijn dus hooggespannen. En met een
super optreden wordt dit volledig waargemaakt. Je moet dan wel
liefhebber van zijn stijl zijn. Dat is een mix van rockabilly,
blues, rock & roll en een vleugje R&B. Daar blijken veel bezoekers
van te houden gezien de bijval die de band ten deel valt. De
Amerikaanse JD Mc Pherson heeft als toetsenist de Nederlander Bas
Janssen (The Big Four Quintet).
Misschien wel het hoogtepunt of in ieder geval de grootste
verrassing is ongetwijfeld het optreden van Ian Siegal and The
Mississippi Mudbloods. Deze Brits-Amerikaanse combinatie gaat terug
naar de basis van de Mississippi blues. Daar blijft het echter niet
bij want ze mixen dit met een scheutje rock ’n roll aangemaakt met
een moddervet sausje. Met de titeltrack van zijn nieuwe album “The
Skinny” opent hij het optreden en zet voor mij meteen de
spreekwoordelijke puntjes op de ‘i’. Het is ongelofelijk hoe Ian de
‘zwarte’ blues vertolkt. Voor mij een van de beste optredens van het
hele festival. Zeker als gitarist Luther Dickinson van The Black
Crows mee gaat doen. Dan begint het enigszins op de Allmans te
lijken gezien de slidepartijen die door de tent vliegen.
Met The Paladins in de line-up ben je altijd verzekerd van een vaste
schare fans die de band overal volgt. Dat merk je vooral als de band
het podium op komt en er een storm van applaus losbreekt en er
vooraan haast geen doorkomen meer aan is. En zoals we gewend zijn
van dit trio werken ze zich danig in het zweet. Altijd al gaan de
mannen voor de volle 100% er tegenaan en hun optreden spettert van
begin tot het einde met bekende nummers zoals: ‘Kiddio’; ‘Follow
Your Heart’ en ‘Down To Big Marys’. Jammer alleen dat de band geen
nieuw materiaal speelt en zich beperkt tot ouder werk. Maar dat is
wel werk dat nog steeds als een klok klinkt en daarnaast wil het
publiek dit graag horen.
De
in België immens populaire rockband ‘Triggerfinger’ vind ik
persoonlijk niet zo passen op dit festival. Het zijn weliswaar ieder
voor zich buitengewoon bekwame muzikanten die uitstraling hebben.
Maar ook door hun lichtshow, hun spontaniteit en soms intimiderende
muziekstijl de mensenmassa aan het kolken brengt. Vooral
zanger/gitarist Ruben Block weet de juiste snaar bij het publiek te
raken. Hij is de stuwende kracht van de band en ontpopt zich als een
heuse rockicoon. Een imago dat ik wel bij hem vindt passen. Gezien
het enorme applaus en de roep om een toegift bewijst toch maar eens
dat het publiek het mooi vindt.
Headliner van de dag is zonder meer de band The Black Crows. Zij
zijn bezig aan hun afscheidstoer en sluiten de dag in Peer af met
hun muziekstijl die tegen de Southern Rock aan hangt.
Door gebruik te maken van twee en soms drie gitaristen zijn de
stevige gitaarpartijen niet voor de poes. Dat zit bij die gasten wel
snor. Frappant is eigenlijk dat zanger Chris Robinson zich in al dat
instrumentale geweld staande weet te houden. En meer dan dat, hij
heeft een erg goede stem. Maar het geeft ook aan hoe de kwaliteit is
van de andere bandleden. Hun optreden staat als een huis dat heeft
ook te maken met de songkeuze die bestaat uit een selectie van hun
tien albums. Bekend en minder bekend werk staan op hun setlist
vermeldt.
Het publiek gaat net zoals de band als een speer en wil na het
reguliere optreden dan ook een fikse toegift horen. Het is al bijna
middernacht als The Black Crows er dan toch een punt achter zetten.
Een heftige lange dag is voorbij met daarbij geweldig goede muziek.
Zondag
17 juli
Vermoeid
als ik ben sta ik toch weer te popelen om mijn foto’s van de laatste
festivaldag te schieten. Ook vandaag belooft er heel wat goeds
voorbij te komen. Wat dacht je van Robby Krieger en Ray Manzarek of
van Sharrie Williams samen met Sax Gordon en van King King of van
Brain Setzer. Wat naam aangaat steekt dit met kop en schouders boven
de vorige twee dagen uit. En muzikaal gezien belooft het ook heel
wat te gaan worden.
Het begint nog wat rustig met The Catsmokes. Een nieuwe band dat met
een mix van rockabilly en country al stevig aan de weg timmert.
Vooral zanger Gerrit Cuypers doet het voortreffelijk. Zij hebben
veel geluisterd naar The Blasters en hebben ook enkele nummers van
hen in hun setlist opgenomen. En hoe kan het ook anders of ‘Marie
Marie’ is weer van de partij. Een uiterst goede versie, ik mag zeker
niet vergeten hun sterke vertolking van ‘The Big Bopper’ te noemen.
Een goede opwarmer voor de nog slaperige bezoekers.
Die laatste worden wel op een heel hardhandige wijze wakker geschud.
De Schotse band King King van frontman Alan Nimmo, een van de
gebroeders Nimmo, neemt de plek van The Catsmokes over. Heel
gedreven en vol passie gooien zij de knuppel in het hoenderhok.
Gekleed in een echte Schotse rok zorgen zij voor een stevige bak
muziek. Daarvan moet je wel wakker worden en zo niet dan zal het
zeker Bluesdiva Sharrie Williams doen.
Samen met haar band en met Sax Gordon zorgt zij voor de nodige soul,
gospel en bluesinvloeden. Ook stevig maar dan toch op een andere
manier als bij King King. Gitarist Lars Kutschke en Pietro Toucher
op keyboards mag je als bindende factor in de band beschouwen. Samen
met Sharrie nemen zij het voortouw om het publiek te overrompelen
met hun muziek.
Steelgitarist en zanger Robert Randolph is voor mij vrij onbekend.
Het is vandaag de eerste keer dat ik hem live aan het werk zie.
Eerlijk is eerlijk het ziet er allemaal prachtig uit en de muziek is
flitsend en opzwepend. Eigenlijk is hij gewoon goed moet ik
bekennen, al hoewel ik na ruim drie kwartier toch even backstage
moet om muzikaal te ontslakken.
Goed dat ik dat gedaan heb anders had ik het optreden van Kitty,
Daisy & Lewis nog geen vijf minuten uitgehouden. Met alle inzet die
band tentoon spreidt lukt het niet om er iets moois van te maken. De
dames van de band staan er ongeïnteresseerd bij en hun zang is ook
niet je van het. Bassiste Ingrid Weiss weet haar mannetje wel te
staan. Haar baspartijen klinken strak en scherp. Je krijgt haast de
indruk dat ze met tegenzin op het podium staan. Erg jammer.
Snel
weer backstage en wachten op Ray Manzarek en Robby Krieger van The
Doors. Een band uit de eind zestiger en begin zeventiger jaren. Hun
muziek wordt nog steeds op de radio gedraaid en spreekt nog steeds
tot de verbeelding. Beide overgebleven artiesten hebben nieuwe
mensen om zich heen verzameld waarbij de look-a-like van Jim
Morrison wel bij hun past. David Brock heeft bijna dezelfde stem en
hij loopt en beweegt zelfs als zijn voorganger. Dit optreden is
haast een LSD-trip naar het verleden en veel bekende nummers worden
uit de lade getrokken vooral die van het album “L.A. Woman”. Ik kan
wel genieten van die oude ‘dwazen’ die nog steeds het lef hebben en
nog steeds goede muziek kunnen maken. Ondanks dat de nummers al ruim
veertig jaar oud zijn klinken ze niet gedateerd. Zeker niet in dit
geval waar de componisten ze zelf spelen.
Als
afsluiting komt de band waarvoor velen vandaag naar Peer zijn
gekomen. Brain Setzer met zijn Rockabilly Riott. Volvette rockabilly
songs uit de oude doos, kort van stuk, supersnel, vliegen over het
festivalterrein. Brain Setzer heeft zijn optreden verdeeld in twee
delen waarbij enkele muzikanten afgewisseld worden. Ook zijn oude
Straycat maat Slim Jim Phantom op drums komt voorbij. En het is
Brain Setzer haast onmogelijk om geen werk van The Straycats te
spelen. En waarom niet, waarom zou je geen nummers spelen als:
‘Runaway Boys’ of ‘Rock This Town’. Het publiek verwacht het gewoon,
dus doen zij dat ook. Ik ben onder de indruk van zijn spel maar niet
zodanig dat ik het hele optreden aan het podium sta. Ik besluit maar
eens achter in de tent mijn heil te zoeken om daar nog beter van de
muziek te kunnen genieten.
Rockabilly heeft natuurlijk wel enige binding met de blues en het is
dan ook verdienstelijk te noemen van de organisatie om deze topper
te contracteren.
De 27e editie mag voor mij de boeken in als het festival
waarbij de rockabilly de boventoon heeft gevoerd maar mijn absolute
topper Ian Siegal met zijn Mississippi Mudbloods is.
|
|