|
Jubilerend Bluesfestival Peer
zoekt het in de breedte
Het
Belgium Rhythm and Blues Festival viert dit jaar haar vijfentwintig
jarig jubileum. Na wat kritiek op het zwakkere programma in 2008
heeft men nu duidelijk gekozen voor een bredere line-up met grote
namen. En in plaats van de gebruikelijke drie dagen nu als de kers
op de taart een vierde dag erbij, weliswaar maar met één grootheid
plus support-act. Maar toch, duidelijk dat er iets te vieren valt in
het Belgische Peer.
Vrijdag
De eerste festivaldag start onder een goed gesternte, het weer is
volgens festivalnormen uitstekend het programma ook, wat tegenvalt,
is de hoge consumptieprijzen die uit de toon vallen.
Maar dat mag de pret niet drukken als om exact 19.00 uur de
Belgische formatie Moonshine Reunion de eerste toon door de
festivaltent laat galmen. De band die naam heeft gemaakt met hun mix
van dampende rockabilly, country en rock ’n roll sparen zich niet en
trakteren ons op bekende werkjes. Een van hun helden is ongetwijfeld
Johnny Cash en het is daarom ook niet vreemd dat we nogal wat songs
van hem te horen krijgen. Echter hun uitvoering van het Stones
nummer ‘The Last Time’ mag er beslist wezen.
Ondertussen is het al aardig druk geworden als de Nederlandse
Wolfpin met frontman Marcel Scherpenzeel als tweede band van de
avond start. Marcel Scherpenzeel is een liefhebber van stevige
bluesrock en zijn hart ligt dan ook bij Rory Galagher. Maar ook de
Southern Rock weet hem te boeien getuige zijn nummer ‘Southern Man’.
Een stevige pot bluesrock wordt ons voorgeschoteld die menigeen wel
zal boeien echter mij niet zo raakt.
Van een geheel andere orde is ongetwijfeld Dede Priest. Deze
Amerikaanse zangeres heeft met haar Nederlandse band al op heel wat
grote podia gestaan. Met haar uitstekende stemgeluid richt zij zich
met haar muziekstijl op een mix van blues, soul, gospel en jazz. Dat
doet zij zo sterk dat je haar ondertussen wel tot ‘diva’ mag
promoveren en zij zich met een gerust hart kan nestelen tot de
‘groten’ in dit genre. Cijfer daarbij uiteraard niet haar backing
band weg want het succes wordt behaald als eenheid. Een eenheid die
op het Peerse podium staat als een huis. Haar songs zoals ‘Palace Of
The Queen’, ‘Candy’’ en ‘If You Leave Me I Go Crazy’ klinken als een
klok.
En dat laat het publiek ook duidelijk merken door dolenthousiast mee
te doen en te applaudisseren bij ieder gespeeld nummer. Een dijk van
een optreden zet ze samen met haar band neer.
Afsluiter
van de eerste festivaldag is de Engelse pianist Mike Sanchez die
samen speelt met The Seatsniffers aangevuld met Marc Thijs op
gitaar. Mike Sanchez is geen onbekende in Peer, hij heeft hier al
met de Big Town Playboys en met Bill Wyman’s Rhythm Kings gestaan.
Maar hij is ook bekend van zijn werk met o.a. Jeff Beck.
Zijn muziekstijl is heel variërend het reikt van boogie tot blues en
rock ’n roll. Met zijn indringende pianospel en zijn charisma is hij
een persoonlijkheid op het podium die zonder moeite een festival kan
dragen vandaag dan ook nog eens geholpen door Belgisch beste
bluesmuzikanten.
Zijn uitvoering van Nappy Brown’s ‘I’am A Coalminer’ is
ongeëvenaard en datzelfde geldt voor nummers als het swingende
‘Shirley’ en de medley van enkele Slim Harpo songs. Natuurlijk mag
hij een toegift spelen. Zijn optreden wordt afgesloten met zijn
eigen nummer ‘Just Can Afford It’ en een cover bekend van Little
Richard, een van Mike’s voorbeelden, met als titel ‘Heeby Jeebies’.
Een uitstekende eerste festivaldag wordt daarmee spetterend
afgesloten. Voor velen betekend dit nog niet het einde want in het
centrum van Peer gaat het gestaag door tot in de vroege morgen.
Zaterdag
Vandaag zal een lange trip worden voor de bezoekers, vanaf twaalf
uur ‘s-Middags tot middernacht zullen de bands hun kunnen tonen.
Vandaag staan er ook ‘hele’ grote namen op het podium. Artiesten die
hun sporen al in de zeventiger jaren hebben verdiend en nog steeds
volle zalen weten te trekken. Maar het is zoals in de titel al
aangegeven niet alleen blues wat de klok slaat, vandaag krijgen we
ook popmuziek uit het verleden, blues uit het heden, Americana en
bluesrock te horen. Het weer veranderd iets maar de lol van het
publiek lijdt er een geen schade van, net zoals de muzikanten die
geprogrammeerd staan.
De line up van vandaag had
niet beter samengesteld kunnen worden als ons nu wordt voorgesteld.
De Schot Dave Acari opent in zijn eentje om twaalf uur het festival.
De van oorsprong punker vertolkt op zijn National Steel verbluffende
ouderwetse blues opgesmukt met stevige punkinvloeden, trashcountry
en rockabilly. Uit zijn repertoire van vijf cd’s put hij zijn
setlist die bij menigeen in de smaak valt echter zijn uitvoering van
Johnny Cash’s ‘Bluestrain’ bewijst eens te meer dat de man
kwaliteiten heeft.
Daarop
volgend en toch wel goed geprogrammeerd is de Nederlandse Shiner
Twins die als vertolker van Americana en roots hoog genoteerd staat
in de charts zowel in binnen- als buitenland. Hun uitstekende
optreden op o.a. Moulin Blues krijgt hier een nog sterker vervolg.
Met versterking van Roel Spanjers op de toetsen weten zij ook het
publiek van hun kunnen overtuigen. De opening met ‘Gide Me Lord’ is
er eentje om je vingers bij af te likken. In ruim een uur tijd
worden nummers gespeeld van hun cd’s: ‘’All In Store’’ en ‘’Southern
Bells’’. Onvoorstelbaar hoe rustig de mannen hun optreden verzorgen
waarbij geen enkel spoortje van nervositeit is te bespeuren. Voor
mij hadden ze gerust nog een tijdje kunnen doorspelen en dat heeft
niets met Nederlands chauvinisme te maken.
Een zeer strak optreden van Shiner Twins wordt opgevolgd door de nog
vrij jonge Britse formatie Hokie Joint. In twee jaar tijd bestormen
zij de grote bluespodia in Europa en de UK en hun debuut cd: ‘’The
Way It Goes’’ is door de pers erg goed ontvangen. En net zoals op
Moulin Blues is het hun taak ook hier zich te bewijzen. Met frontman
Jojo Burgess, een op en top entertainer, met een goede stem
aangevuld met de bluesharp van Giles King, het krachtige gitaarwerk
van Joel Fisk, de stevige baspartijen van Fergie Fulton en achter de
drumkit Stephan Cutmore is dat geen probleem. Ook hier gaat de tent
plat voor de mannen uit de UK. Mooi om te zien dat de aanvoer van
jong talent zo gestaag en snel kan gaan. De nieuwe lichting staat te
popelen om het stokje van de oude garde over te nemen of in ieder
geval aan te vullen.
Een van de oude garde en
toch vernieuwend is ongetwijfeld Rod Piazza met zijn Mighty Flyers.
Voor hun optreden in Peer heeft vaste gitarist Henri Carvajal moeten
afzeggen. Hiervoor in deplaats staat Kirk Fletcher op het podium,
een uitermate geschikte vervanger. Iets wat het publiek al op
voorhand laat weten als Kirk het podium betreedt. Vaak wordt er bij
Rod Piazza gezegd dat we de ‘echte’ bas missen. Maar in dit geval
moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat Honey dit live uitstekend
weet op te vangen. Oké, een ‘echte’ bas klinkt natuurlijk altijd wat
voller en warmer en hier en daar zal je hem wel missen. Maar echt
hinderlijk komt dit niet naar voren. In het optreden van de band
ligt natuurlijk de nadruk op ‘Soul Monster’ de nieuwste release van
de band. Op het nummer ‘Hey Mrs. Jones’ vertolkt Kirk Fletcher een
belangrijke rol met een hele deftige maar o zo stevige solo
op de gitaar. Hun uitvoering van ‘Mellow Down Easy’ die heel stiekem
overgaat in ‘Rockin Robin’ is er een met een gouden randje. Na zo
een mooi optreden kun je een grootheid als Rod Piazza niet laten
vertrekken zonder een toegift. ‘Key To The Highway’, een song die
bij meerdere artiesten op het lijstje staat, is een waardige
afsluiter van dit optreden.
Lisa Haley & The Zydekats
uit de States die hierop volgen doet mij iets minder. Hun stijl,
zydeco en cajun spreekt bij velen toch wel aan. Vooral de
schuurpapier stem van Lisa en haar opzwepende vioolwerk zijn daar
debet aan. Echter na een goed half uurtje heb ik het wel gehad met
deze muziek. Niets ten ongunste van de artiesten maar zydeco en
cajun is niet zo mijn ding waar door ik dan ook snel de aandacht
verplaats naar het festivalterrein waar toch een en ander te zien
is.
Ik neem me dan ook voor eens te neuzen op de stands die op het
terrein hun waren aanbieden. Ook wel eens leuk om te zien.
De grootste deceptie voor
mij is zondermeer de arrogante Joe Bonamassa, sinds zijn optreden op
Moulin Blues kan hij nog weinig goeds bij me doen. En in Peer doet
hij geen enkele moeite om dit weg te nemen. Ook het publiek is het
ermee eens dat Joe Bonamassa steeds arroganter wordt. Het kan hem
echter niet ontzegd worden dat hij een uiterst begaafde gitarist is.
Muzikaal gezien staat zijn optreden als een huis en is zijn techniek
super. Maar hij speelt zonder bezieling, hij heeft geen binding met
het publiek, iets wat hem in de toekomst toch wel eens serieus kan
opbreken. De liefhebbers van stevige bluesrock van deze meesterlijke
gitarist komen zeker aan hun trekken en dat blijken er erg veel te
zijn. Zijn akoestische uitvoering van ‘Broken Dream’ is een van de
nummers die me wel raken.
De uitstraling en arrogantie van de man en het feit dat hij zijn
fans geen toegift gunt nemen ze op de koop toe.
Ongeacht wat de critici schrijven, beoordelen moet je de man op zijn
muzikale kwaliteiten en die zijn gewoon goed. Niet meer en niet
minder. Maar af en toe moet je ook eens je emotie of enthousiasme
kunnen tonen en dat ontbeert de man. Jammer… dat is toch een gemis
van hem.
Dan
maar wachten op de absolute headliner van de dag, Steve Winwood. De
man die in de zestiger jaren als jonkie van 15 jaar al een hit had
met The Spencer Davis Group en daarna faam vergaarde met onder meer
Traffic en de superformatie Blind Faith met Ginger Baker en Eric
Clapton. En ook solo boekte de man grootse successen. Met zijn
aparte stemgeluid en voortreffelijke hammondspel behoort hij nog
steeds tot een van de meest aangeziene muzikanten ter wereld. Zijn
opening met de onvergetelijke hit ‘I’am A Man’ hierna volgen
uiteraard meer van die bekende songs uit het verleden zoals: ‘Can’t
Find My Way Home’en ‘Pearly Queen’. Ook uit zijn solotijdperk volgen
enkele nummers maar zijn toegift met ‘Give Me Some Lovin’ is super.
De liefde van het publiek heeft hij ongetwijfeld gewonnen. Het mag
dan geen blues zijn maar de organisatie heeft gekozen voor een breed
spectrum aan muziekstijlen. En zo past Steve Winwood zeker in de
line-up van het festival.
Zondag
Hoe meer het festival vordert hoe slechter het weer wordt. De dag
begint al met een stevige bui en het zal ook de hele dag bewolkt
blijven. Zo nu en dan een fel stekend zonnetje maar regelmatig
afgewisseld met buiten. Op het festivalterrein verschijnen hier en
daar modderpoelen en trekt het publiek massaal naar de aanwezige
dranktenten, muziektenten en uiteraard de hoofdtent. En dan zie je
pas hoeveel mensen er op het festival zijn afgekomen.
Een pluim voor de organisatie is hier op zijn plaats voor de goede
zorgen en wat ze hebben geregeld.
De verrassende opening van de Belgische formatie Lightnin’ Guy & The
Mighty Gators spreekt boekdelen voor de rest van de dag.
Voor de kenners misschien niet zo verrassend, maar voor mij die de
band totaal niet kent is dit wel het geval. De Vlaamse band doet
zijn uiterste best om de spits af te bijten, het gaat hun zo goed af
dat het hen lukt om nogal wat publiek naar het hoofdpodium te
trekken. Een zware taak om na twee zware festivaldagen het publiek
zo vroeg al aan je te weten binden. Chapeau voor de band.
De liefhebbers van de
Mississippi blues zijn goed bediend door Boo Boo Davis. De Amerikaan
laat zich al geruime tijd bijstaan door Jan Mittendorp op gitaar en
John Gerritse op de drums. En net zoals in Kwadendamme overtuigt de
band ook nu weer. Dat is ook niet zo heel vreemd als je bedenkt dat
we hier te maken hebben met een door de wol geverfde en gevierde
bluesmuzikant. Hij is op Peer een van de weinige artiesten die de
traditionele blues vertegenwoordigt.
Soms is hij moeilijk te verstaan maar de goede luistervink ontdekt
zo nu en dan wel eens pakkende teksten. Zijn stopzinnetje ‘’ Thank
You Dave’’ mag hij naar mijn idee wel eens achterwege laten. Maar
dat doet niets af aan de kwaliteiten van dit trio.
De
eerste ‘grote’ naam van vandaag is Roger McGuinn. De legende die The
Byrds aanvoerde en het typische twaalfsnarige geluid bij de band
introduceerde. De inmiddels 67-jarige Roger McGuinn heeft mij in
positieve zin verbaasd. Hij blijkt nog steeds die uitstraling van
destijds te hebben en zijn stem klinkt nog als destijds met The
Byrds
Het is kicken bij nummers als: ‘Mr. Spaceman’, ‘Mr. Tambourine man’,
‘Pretty Polly’ en ‘All I Really Wan’t To Do’. Nummers die zo bekend
zijn dat ze in ieders geheugen staan gegrift, dat ze zonder
problemen door iedereen mee gezongen kunnen worden. Uit zijn solo
tijdperk worden uiteraard ook nummers geplukt. Het is verbazend dat
de country-folk hier zoveel aanhangers heeft. Ik kan me dat goed
voorstellen want eerlijk is eerlijk, hoe oud de songs ook mogen zijn
ze klinken nog steeds als een klok. Zeker als Roger McGuinn deze zo
vertolkt zoals hij ze altijd heeft bedoeld.
Mijn absolute hoogtepunt is
The Derek Trucks Band. De fenomenale gitarist die samen met Eric
Clapton en the Allman Brothers heeft gespeeld en nog speelt is voor
mij de uitblinker van het festival. Zijn slidewerk is grandioos net
zoals zijn ‘gewone’ gitaarwerk, wat heet hier trouwens gewoon.
Aangevuld met de soms rauwe en dan weer fijne stem van Mike Mattison
is dit optreden een juweel. Ik heb zelden of nooit binnen één
nummer zo vaak kippenvel gehad als vandaag bij het nummer ‘Sweet
Inspiration’ en bij ‘Key To The Highway’. Ja ja ook gespeeld door
Rod Piazza.
Ondanks zijn jonge leeftijd, 30 jaar, is het net of hij al jarenlang
ervaring heeft en hij er altijd al is geweest. In zijn muziekstijl
staat hij onbetwist aan de top en dat zal op korte en misschien
lange termijn wel niet veranderen. Je kunt uren schrijven over het
geweldige optreden maar je kunt het ook in een woord omschrijven:
‘fenomenaal’. Wat goed is gaat snel, de tijd vliegt voorbij en
zitten we zo te luisteren en te kijken naar de toegift ‘Move On Up’.
Het publiek is razend enthousiast over dit optreden en zo hier en
daar wordt mijn stelling dat dit het beste optreden van het festival
is bevestigd.
Een andere legende in de blues die het podium betreedt is John
Mayall, de leermeester van supergitaristen als: Coco Montoya, Peter
Green, Walter Trout en natuurlijk Eric Clapton. Dus ook hij kent de
slagen van de zweep. De laatste keer dat ik hem live gezien heb wat
erg tegenvallend dus sta ik hier met enige scepcis te kijken wat de
goede man zal brengen. John Mayall, inmiddels toch al 76 jaar, zet
zijn beste beentje voor. Geholpen door zijn nieuwe protege op gitaar
Rocky Athas laat hij zowel nieuw als oud werk de revue passeren.
Bekende nummers uit vervlogen tijden zoals: ‘ Parchman Farm’ en
‘Room To Move’ kent iedereen wel. Bij het nieuwere werk wordt het al
moeilijker. John Mayall wordt gezien als de grondlegger van de
Britse blues en wordt ook als zodanig door het publiek geeerd. En
ere wie ere toekomt, hij verdient het ook. Wat ik nu gezien heb is
stukken beter dan hetgeen hij verleden jaar in Eindhoven neerzette.
Het minpuntje dat hij bij mij had heb ik na dit optreden
weggestreept.
Southside
Johnny and The Asbury Jukes staan ook al vanaf de zeventiger jaren
op het podium en hebben een goede live-reputatie opgebouwd. Met een
uitgebreide band met blazers erbij zorgt hij voor de nodige dosis
swingende R&B, soul en blues. Of je nu van zijn muziek houdt of
niet, hij zorgt voor een ambiance in de tent waarbij je niet stil
bij kunt blijven staan.
Met een flinke bak muziek en instrumenten klinkt het misschien wat
rommelig. Maar alles past precies in en bij elkaar en dat levert
voor liefhebbers een bijzonder sterk optreden op. Na enkele nummers
van stomende R&B besluit ik me wat achter in de tent op te stellen
om het daar eens over me heen te laten komen. En achter in de tent
klinkt het wat bedeesder maar goed. Ik vind het niet speciaal wat er
gebeurt op het podium maar het is niet slecht.
Jeff Beck, ook weer zo’n
legende uit de sixties die samen met Eric Clapton en Jimmy Page de
dienst uitmaakten, sluit de derde festivaldag af. Wie kent hem niet
van de hit ‘Hi Ho Silverliner’. Maar dat schip heeft hij achter zich
verbrandt. Nu is zijn werk heel wat steviger en reken ik hem liever
bij gitaristen als Steve Vai en Joe Satriani. De opening is sterk
maar na enkele nummers is het over en uit voor mij en kan ik er
niets meer van breien. Alhoewel het nummer ‘Peter Gunn’ goed door
hem wordt vertolkt.
Zijn gefrot en geimproviseer op gitaar raken mij totaal niet, het
doet me niets, hij mag dan een naam hebben en een goede gitarist
zijn, maar een normale song hoor ik er niet meer in. De echte
diehards denken, en terecht, daar natuurlijk anders over.
Voor mijn persoontje is dit optreden een afknapper. Ik ben dan een
van de weinigen die dat vinden, want Jeff Beck slaagt erin om het
overgrote deel van het publiek te binden tot het einde van zijn
optreden.
Omstreeks half één komt er een einde aan drie dagen festival waar
circa 23.000 mensen op af zijn gekomen. Echter ten faveure van de
muziekliefhebbers volgt er vanwege het jubileum een vierde dag. Een
dag waarop weer een legendarische grootheid op het podium staat.
Gezien over de eerste drie dagen waren het voor mij erg vermoeiende
dagen maar wel met enkele zeer goede bands. Met tegenvallers maar
met veel meer uitblinkers, waarbij voor mij Derek Trucks met stip
bovenaan staat.
|