|
Rhythm and
Blues Festival Peer festival van uitersten
|
vrijdag
17 juli t/m zondag 19 juli 2010 |
Gewoontegetrouw
trekken ieder jaar weer veel blues liefhebbers vanuit Europa naar
het Belgische Peer om daar het befaamde Belgium Rhythm and Blues
Festival bij te wonen. Drie dagen genieten van muziek dat je onder
de noemer van rhythm and blues kunt plaatsen.
In het weekend van 17 tot en met 19 juli hebben circa 20.000 mensen
de weg naar dit festival weten te vinden. Niet vreemd ook gezien het
affiche met daarop enkele zeer grote namen, iets waar dit festival
trouwens om bekend staat.
Maar ook hier geldt het dat je de dag niet moet prijzen voordat hij
ten einde is want in de week dat het festival wordt gehouden komt de
eerste domper binnen. De absolute top-act van dit jaar Jerry Lee
Lewis moet zijn gehele tour afzeggen wegens ziekte. Maar ook daar
vindt de organisatie een oplossing voor.
Vrijdag
De
komende drie dagen worden we door Hubert van Hoof als presentator
door het programma geleidt. Zijn eerste aankondiging is vrijdagavond
zeven uur en geldt voor de Belgische formatie Hombres Amplificados.
Een kwartet dat de blues- en roots hoog in het vaandel heeft staan.
Veel succes oogst Guido Belcanto samen met Willy Willy (een
look-a-like van Keith Richard). Veel ervaring kunnen de mannen
voorleggen en hun deels Nederlands en Engelstalige songs doen het
goed bij het publiek. Vooral hun song ‘Wij zijn de bluesbroeders’ en
‘Raining in my heart’ worden ontzettend goed ontvangen.
Fris is het optreden van de Zweedse formatie The Domestic Bumblebees.
Een jong trio dat op energieke wijze ons laat kennis maken hoe zij
menen dat vandaag de dag rockabilly, blues en rock ’n roll moet
klinken. Vanaf het eerste tot en met het laatste nummer zorgt de
band voor een weergaloos en opzwepend optreden. Gitarist en zanger
Daniel Kordelius laat er eens stevig de zweep overheen gaan. Eigen
nummers in combinatie met bekend coverwerk zoals het nummer ‘Ya Ya’
van Lee Dorsey doen het schijnbaar goed. Het publiek waardeert deze
setlist door mee te zingen en mee te klappen. Een fraai optreden dat
door C.C. Jerome’s Jetsetters met in hun geleden Gene Taylor op
keyboard en Jeffrey Tielens op harp geëvenaard wordt. Met veel
bravoure en een strakke show presenteren zij zich steeds weer als
een top-formatie die thuis is in de blues, rockabilly en rock ’n
roll.
Met covers zoals ‘Sugar Bee’ bekend van Canned Heat en ‘You Can
Judge A Book’ van Bo Diddley lukt het de band om het publiek op hun
hand te krijgen. Het is een van de beste optredens die ik van deze
band heb mogen zien en meemaken. Overigens een zeer gewaardeerde en
goede keuze van de organisatie om deze band de eerste festivaldag te
laten afsluiten.
Zaterdag
Na
een korte nacht staan we weer frontstage om de openingsband van de
zaterdag, de Belgische band Ganashake te fotograferen en te
beluisteren. Een zeer beloftevolle band vol pit die hier hun
vuurdoop ondergaan. Gitarist Jess Jacob is een prima gitarist die al
zijn talent in zijn spel legt, vol overgave speelt de band het
publiek warm om hen daarna kennis te laten maken met de uit Canada
afkomstige gitaarbeul Philip Sayce. Samen met bassist Joel
Gottschalk en drummer Chris Jager vormt hij een stevig powertrio.
Met scheurende gitaarsoli haast tot in de perfectie uitgevoerd is
het voor de bluesrockers onder ons een aangenaam maar bovenal een
stevig optreden.
Met Magic Slim & The Teardrops krijgen we dan eindelijk een
vertegenwoordiger van de Chicago blues op het podium. Met zijn
73-jaar is hij niet het meest beweeglijke podiumdier, vanuit zijn
stoel speelt hij op ‘automatische piloot’ zowel oud werk als ook
nieuw werk van zijn laatst verschenen album: “Raising The Bar”. En
het kan uiteraard niet uitblijven dat hij ook bekend werk naar voren
brengt. Zijn interpretatie van Rufus Thomas’ ‘Walking The Dog’ mag
er wel zijn net zoals zijn cover: ‘Gonna Move To Kansas City’ van
zijn laatste album. Zijn optreden zorgt voor een ware verademing na
het gitaargeweld van Philip Sayce.
Dr. John die samen met zijn band ‘The Lower 911’ Magic Slim aflost,
is ook zo’n muzikant met een rijke muzikale achtergrond. Ooit stond
hij al eens op dit festival en de organisatie heeft gedacht dat het
weer eens tijd is geworden om hem terug te halen. Een uitstekende
keuze gezien het talent waarover hij nog steeds beschikt. Misschien
wat ingeboet door de ouderdom maar niet opvallend. Gezeten tussen
twee piano’s, met daarop enkele voodoo artikelen, zingt hij zijn
bekendste werk. We horen o.a.: ‘Tipitina’, ‘Right Place Wrong Time’
en ‘I Walked On Guilded Splinters’. Een bijzonder sterk optreden van
deze oude rot.
Jonger volk komt met The Hoax het podium op. De Britse formatie die
in de negentiger jaren furore maakte op diverse grote festivals en
nu weer bij elkaar zijn gekomen om de draad weer op te pakken. Geen
nieuwe songs onder de zon maar het bekende werk uit hun eerste leven
beheerst hun optreden. Maar met het Beatles nummer ‘Come Together’
gaat het publiek uit het dak. Maar daar blijft het niet bij. Hun
performance is ook niet veranderd maar nog steeds leuk om te zien
hoe drie mannen op één gitaar een prima nummer spelen. Ook als Jesse
Davey gitaarspelend door het massale publiek loopt is bekend, maar
doet het ook nu weer goed. Deze band zorgt voor goede optredens en
met het spelen van ‘Superstition’ brengen zij hun waardering voor
Stevie Wonder uit en besluiten daarmee een van de beste optredens op
deze festivaldag.
Dat rock ’n roll legende Jerry Lee Lewis verstek moet laten gaan is
een tegenvaller. Dat de organisatie daardoor noodgedwongen een
andere topper heeft weten te strikken is lovenswaardig. Dat het The
Fun Lovin’ Criminals zijn geworden daarmee heeft de doorgewinterde
bluesliefhebber geen rekening gehouden. De link met blues is ver te
zoeken. Hun roots ligt meer in de rap en hip-hop scene met zo nu en
dan doorspekt met blues invloeden. Het muzikale niveau is dan best
hoog te noemen, ze zijn technisch meer dan uitstekend en het getuigt
waardering om voor een volle tent bluesliefhebbers je ding te doen.
Maar met enige mooie bluesy getinte songs lukt het hun te
overtuigen.
De populaire Belgische
formatie Admiral Freebee mag het festival vandaag afsluiten. Net met
een nieuwe cd op de markt komen zij voor de tweede keer terug. En
net zoals hun eerste optreden in Peer worden er nu ook vraagtekens
gezet bij het programmeren van hen. Maar toch de liefhebbers zijn
allemaal in de ban van hun muziek en beschouwen de band als waardige
afsluiter.
Zondag
De
derde dag heeft louter en alleen maar toppers op het podium staan.
Goed Ben Prestage, de eenmans formatie uit de States, mag dan nog
niet op dat niveau staan als Van Morrison en Canned Heat, maar toch…
Het is bijzonder indrukwekkend als je hem een diversiteit aan
instrumenten ziet bespelen, dit heeft dus niets te maken met
Nikkelen Nelis, maar gewoon met goede muziek. Puur en eerlijke blues
recht uit het hart.
Spannender wordt het met rockabilly diva Imelda May die ooit furore
maakte bij “Later… with Jools Holland” en daarna snel doorbrak en op
de grote podia haar talent heeft tentoongespreid. Haar optreden hier
ligt op een hoger niveau dan tijdens haar optreden op Moulin Blues
dit jaar. Geweldig als ze inzet met ‘Sneaky Freak’ en ‘Tainted
Love’. Twee schitterende nummers, het eerste van haar zelf en het
tweede bekend van onder meer Soft Cel. Trouwens een prima uitvoering van dit nummer
zoals ik zelden heb gehoord. Ook niet van Mark Almond verleden jaar
op dit podium en dat gebeurt toch zelden.
Nog meer van vlotte en
stevige muziek krijgen we van zydeco-prins Dwayne Dopsie & The
Hellraisers. Zoon van de legendarische Rockin’ Dopsie zorgt hij toch
wel voor vernieuwingen in de zydeco. Met een mix van hip hop, rock
’n roll, rap en r&b en natuurlijk zydeco zorgt hij voor een niet
traditionele insteek. Maar wel een stijl die zijn tijd meegaat.
Stilstaan is er niet bij zelfs de mannen op het podium lopen van
links naar rechts. Genieten is het van Alex McDonald op washboard.
Ik heb nog nooit zo iemand op dit ‘instrument’ zien spelen, een
schitterend gezicht maar ook een uitstekend geluid.
Niet van arrogantie
verschoond is Eli Paperboy Reed. De blanke soulzanger die wat stem
betreft iets weg heeft van Sam Cook, Otis Redding en Wilson Picket.
Ook hij is ontdekt bij “Later… with Jools Holland” en die zorgde
voor zijn doorbraak. Ook met zijn nieuwe album “Come And Get It”
scoort hij weer uitermate goed. Vol passie en met intensiteit werkt
hij een gedreven en goed optreden af. Show speelt daarbij uiteraard
een grote rol maar zijn stem heeft toch ook die aantrekkingskracht
die je bij bovengenoemde grootheden ook kent.
Bij Booker T weet je dat je ‘Time is Tight’ en ‘Green Onions’ te
horen krijgt, dat hij daarnaast meer covers dan eigen werk speelt
hoeft voor mij niet. Dat hij dan ook nog moet zingen en gitaarspelen
mag voor mij achterwege blijven. Laat dat gitaarspelen maar over aan
zijn gitaristen Vernon Black en Troy Gonyea. Deze laatste lijkt
verdomd veel op Steve Cropper de vroegere gitarist bij Booker T and
the MG’s. Toch moet ik onderkennen dat het Stax-geluid nog altijd
staat als een huis en hij het nog steeds waar maakt.
Arrogantie ten top krijgen we met Van Morrison te zien. Het
management bedingt een sluiten van de bar tijdens het optreden van
‘Van The Man’. Die daarop onthaald wordt op snerpende fluitconcerten
en boegeroep. En met het inzetten van de eerste noten vliegen enkele
bekers al richting hem. Daarop neemt de organisatie het heft in
handen en besluit de bar te openen. Wat het optreden betreft kun je
gerust stellen dat er nog geen sleet op Van Morrison zit. Zijn stem
klinkt als vanouds zeker bij het spelen van ‘Brown Eyed Girl’ en
‘Have I Told You’. Zijn muziek is top net zoals zijn arrogantie en
daarvoor krijgt hij een vet minpunt.
De 26e editie wordt afgesloten met de legendarische band
Canned Heat. Ooit stonden zij op het Monterey festival en op
Woodstock. Heel jovialer en zonder enige arrogantie spelen deze
mannen fantastische meezingers. Hun welbekende boogies worden nog
regelmatig her en der gespeeld op radiozenders. Nu dus live te horen
in Peer, hun bekendste hits ‘Sugar Bee’, ‘On The Road Again’ en
‘Going Up The Country’ galmen als vanouds door de tent. En gitarist
Fito de La Parra en bassist Larry ‘The Mole’ Taylor staan zichtbaar
te genieten. Oud bandlid Gene Taylor, die vrijdag al op de planken
stond, wordt er nog eens bijgehaald om enkele songs mee te jammen.
Het publiek krijgt er niet genoeg van. Twee toegiften schenkt de
band aan het publiek maar dan is het ook over en uit.
Zelden heb ik tijdens een
festival zoveel verschillende meningen over het programma gehoord
als nu. Zowel positieve als negatieve meningen gonzen over de
festivalweide. Al bij al hebben we een goed festival met diverse
schitterende optredens mogen meemaken. Zo nu en dan een beetje van
het bluespad af maar wel te verhapstukken. En of de The Fun Lovin’
Criminals hier thuishoren is nog de vraag. Misschien had daarvoor in
plaats een gedegen bluesband beter gepast.
|